MUZIEK ALS AMBACHT

 

In mijn optiek is de beste manier om muziek te leren kennen, het zelf componeren. Tot in het begin van de 19e eeuw was dit een vanzelfsprekendheid; pas aan het eind van de eeuw kwam de scheiding tussen componerend musicus en uitvoerend musicus.

Het zelf-componeren vereist geen compositorische kwaliteiten. Het blijkt dat de meeste mensen in staat zijn, noten op papier te zetten. Aangezien het gaat om het inzicht verkrijgen in de denkwijze van de ‘echte’ componisten, worden er ook geen kwaliteitseisen gesteld.

Pianocompositieles

Het componeren van pianomuziek, vanaf de meest eenvoudig denkbare vorm, kan een eye-opener zijn voor zowel inzicht in de mogelijkheden van het instrument als in de technische uitdagingen waarvoor bladmuziek de uitvoerende stelt. Daarom kan pianocompositie zowel een nuttige eerste kennismaking zijn, als ook een verdieping voor degene die al geruime tijd met de pianoliteratuur bezig is. Deze cursus wordt bij voorkeur gehouden met een groep van maximaal vier leerlingen.

  1. pianocompositie voor beginners
  2. pianocompositie voor gevorderden

 

Analyse-/compositiecursussen

Deze cursus heeft een tweevoudig doel: vanaf eenvoudige eenstemmige opdrachten voert ze de deelnemers binnen in het rijk van het zelf muziek componeren, waarbij ieder wordt uitgedaagd haar of zijn eigen stijl te ontdekken, én het geeft een historisch overzicht van de ontwikkeling van de west-Europese muziek vanaf de vroegste notatie.

  • Eenstemmigheid.

Het eerste deel begint met de meest eenvoudige melodievorm die de westerse muziek heeft voortgebracht: het recitatief, een manier om teksten voor te dragen op één toon, waarbij twee of drie contrasttonen de zinsstructuur aangeven. Daartegenover staan de composities, waarbij de opbouw van een poëtische tekst normatief is voor de muziek, zoals in de hymne. Deze vorm wordt overgenomen in de instrumentale muziek van de 12e eeuw.

De opdrachten zijn gratis als PDF-file te downloaden (zie onder TEKSTPUBLICATIES op deze site).

  1. recitatief
  2. psalmodie
  3. pendelrecitatief
  4. antifoon en responsorium
  5. ambrosiaanse hymne
  6. sapphische strofe
  7. sequens
  8. estampie
  9. nog eenmaal metrum en rhythme
  • Meerstemmigheid

De meerstemmigheid begint in west-Europa als een eenvoudig begeleidingsprincipe, ingegeven door de antieke muziektheorie. Maar dat loopt al spoedig uit de hand: de partijen, aanvankelijk twee, maar gaandeweg drie) wordt steeds onafhankelijker van elkaar, en tenslotte wordt het de gewoonte, elke partij haar eigen tekst te geven. Dat komt de verstaanbaarheid misschien niet ten goede, maar voor de uitvoerenden blijkt het een feest te zijn.

De opdrachten zijn gratis als PDF-file te downloaden (zie onder TEKSTPUBLICATIES op deze site).

  1. organum I
  2. organum II
  3. conductus I
  4. conductus II
  5. organum floridum
  6. motellus
  7. motetus met tekst I
  8. motetus met tekst II
  9. color en talea
  • Vormen en technieken

Volkse elementen, zoals het uitvoeren van een en dezelfde melodie op verschillende tijden ingezet, en dansvormen wedijveren met culturele hoogstandjes als de teksten van de 14e-eeuwse hofdichters en de vondsten van muziektheoretici.  Het levert boeiende en soms uitermate ingewikkelde composities op. Aan de deelnemers de taak, al deze mogelijkheden op hun eigen manier te verwerken.

De opdrachten zijn gratis als PDF-file te downloaden (zie onder TEKSTPUBLICATIES op deze site).

  1. caça, rota & rondellus
  2. kreeftegang
  3. rondeau
  4. virelai en ballata
  5. ballade
  6. madrigale
  7. caccia
  8. ars subtilior
  9. proportie-canon

 

Harmonieleer.

In uitgebreide zin kan men onder harmonieleer het verschijnsel verstaan, dat er regels worden opgesteld omtrent de samenklank van tonen. De regels die hiervoor vanuit de Griekse oudheid waren overgenomen, waren erg beperkt en konden door de Europese musici dan ook niet strikt worden nageleefd. Het resulteerde eerder in een gebrek aan regelgeving. Daarin kwam in de 13e eeuw verandering. Met de uitbreiding van hetgeen als ‘consonant’ mocht worden benoemd, waren de mogelijkheden groter maar werden de regels ook strikter. Deze ontwikkeling leidde nog niet direct tot het begrip ‘drieklank’, dat later een belangrijke rol zou gaan spelen, laat staan tot een vorm van harmonieleer zoals die in de 18e en 19e eeuw tot ontwikkeling zou komen, een harmonieleer die trouwens aan het eind van de 19e eeuw z’n houdbaarheidsdatum al had bereikt.

Bij een gangbare bestudering van de harmonieleer beperkt men zich vaak tot de 18e en 19e eeuw, waardoor enerzijds voor de regels van de voorafgaande eeuwen nauwelijks begrip wordt getoond, en anderzijds de latere ontwikkelingen met woorden als ‘atonaliteit’ wordt afgedaan. De hier geboden harmonieleer toont het gehele scala van mogelijkheden van samenklanken, waardoor er ook nieuwe inzichten kunnen ontstaan over een eigentijds gebruik van deze technieken.

Deel I: van Binchois tot Palestrina

Dit deel is als gratis PDF-file te downloaden (zie onder TEKSTPUBLICATIES op deze site).

  • tertsen, sexten en wat dies meer zij
  1. de Engelse faburden
  2. de Belgische faulx bourdon
  3. een nieuwe contratenor
  4. de basse danse
  5. de Engelse consonantie
  • Een nieuw principe: de drieklank
  1. de Italiaanse falsobordone
  2. een frottola aan het hof van Mantua
  3. de Spaanse tegenhanger van de frottola, de villancico
  4. de Italiaanse tenors
  5. harmonie in contrapunt, contrapunt in harmonie

Deel II: van Peri tot Brahms

Dit deel is als gratis PDF-file te downloaden (zie onder TEKSTPUBLICATIES op deze site).

  • Basso continuo en becijferde bas
  1. de Florentijnse monodie
  2. madrigale nieuwe stijl
  3. de dramatiek van de ripieno
  4. de basprograssie
  5. de lamento-bas als nieuw variatie-principe
  • Functionele harmonieleer
  1. de nieuwe inzichten van Rameau
  2. over modulation en modulatie
  3. op zoek naar tertsverwanten
  4. het dualisme
  5. een harmonische analyse anno 1970

Deel III: van Liszt tot …….

  • E: De dis-functionele atonaliteit/weg van de tonaliteit
  1. de drang naar vrijheid
  2. terug naar de middeleeuwen
  3. bitonaliteit en polytonaliteit
  4. de kleur van een akkoord
  5. de emancipatie van de dissonant
  • F: De twaalf tonen en hun seriële mogelijkheden/gebonden atonaliteit
  1. de gelijkheid van twaalf tonen
  2. differentiatie van twaalf tonen
  3. modes á transposition limité
  4. het werken met een reeks
  5. terug naar af?