CULTUUR- EN GODSDIENSTGESCHIEDENIS

De onderwerpen worden, indien mogelijk, gegeven in de vorm van een college of werkcollege van twee tot twee-en-half uur. De vervolgcursussen kunnen naar de wensen van de deelnemers worden ingericht en uitgebreid.

 

taal en teken

  • van hiërogliefen tot alfabet

Een belangrijke stap in de ontwikkeling van de menselijke beschaving was de uitvinding van het schrift. Wij zijn gewend een alfabet te gebruiken, maar voor het vastleggen van teksten zijn ook andere manieren mogelijk. In kort bestek komen de Egyptische hiërogliefen en het Lineair B aan bod. De meeste aandacht gaat echter uit naar de ontwikkeling van het alfabet.

  • vervolg: hiërogliefen lezen.

Over de ontcijfering van de hiërogliefen, enkele belangrijke tekens en het lezen van de stedennamen die Toetmozes III vermeldt op zijn zogeheten ‘Syrische veldtochten’.

  • vervolg: Lineair B.

Op Kreta en later ook op het vasteland van Griekenland werden kleitabletten gevonden met een schrift, dat Lineair B is gaan heten. Het heeft 50 jaar geduurd eer het schrift ontcijferd werd. Wij zullen dit proces in versneld tempo voltrekken.

  • vervolg: de Etrusken.

Het alfabet kunnen we lezen, maar de Etruskische taal is nog een raadsel. Het lukt ons wel, enige namen thuis te brengen en misschien is een priestertekst ook nog te lezen.

  • de taal van het Oude Testament.

Een overzicht van de ontwikkeling van het Hebreeuws en Aramees en het taalgebruik van het Oude Testament.

het Oude Testament

  • het eerste scheppingsverhaal.

Het is het eerste hoofdstuk in de bijbel (Genesis 1:1-2:1), maar waarschijnlijk is het in rangorde het tweede scheppingsverhaal. Aan de hand van Babylonische scheppingsmythe schetst de schrijfster van dit verhaal het ontstaan van de wereld en komt zij tot de conclusie dat in beginsel alles ‘zeer goed’ is.

  • het tweede scheppingsverhaal.

In dit scheppingsverhaal (Genesis 2:1-3:24), ontleend aan de Egyptische cultuur, leren we de moeilijkheden van het dagelijks leven kennen en zien we hoe het paradijs verloren is gegaan.

  • reuzen, overstroming en de toren van Babel.

Evenals de scheppingsverhalen behoren de verhalen over de reuzen, over de zondvloed en over de toren van Babel tot de zogeheten ‘oerverhalen’ van het Oude Testament.

  • Josef in Egypte.

Volgens het bijbelverhaal kwam Josef onverhoeds in Egypte terecht en schopte hij het daar tot ‘onderkoning’. Het lijkt een sprookje, te mooi om waar te zijn. Of is het mogelijk dit verhaal in de geschiedenis een plaats te geven?

  • de uittocht uit Egypte.

De uittocht uit Egypte is eeuwenlang als historische werkelijkheid aangenomen en heeft grote invloed gehad op het jodendom en het navolgende christendom. Maar sinds de verovering van Egypte door Napoleon in 1799 en de ontcijfering van de hiërogliefen in de 19e eeuw, zijn er twijfels gerezen over de historische betrouwbaarheid van het uittocht-verhaal. We zullen de verschillende standpunten naast elkaar zetten.

  • vervolg: de viering van Pesach.

Wat is de oorspronkelijke betekenis van Pesach en vanaf wanneer werd het gevierd? Men zou verwachten dat de uittocht uit Egypte direct jaarlijks zou worden gevierd. Maar niets is minder waar. Dat zegt ook iets over de inhoud van het Pesach-feest.

  • vervolg: hoe wordt Pesach heden ten dage gevierd en wat heeft dat voor politieke consequenties?
  • de tien geboden.

De tien geboden worden beschouwd als de grondslag van de joods-christelijke beschaving. Volgens de traditie werden ze aan Mozes gegeven op de berg Horeb of op de berg Sinaï. De teksten in Exodus en Deuteronomium verraden echter een latere datum van ontstaan. En ofschoon zowel het jodendom als de diverse denominaties van het christendom vasthouden aan het getal tien, is men het niet eens over de precieze nummering. En waarom twee stenen tafelen?

  • vervolg: de ark van het verbond.

De stenen tafelen zouden een plaats gekregen hebben in de zogeheten ‘ark’ (letterlijk ‘kist’) van het verbond. We proberen de geschiedenis van deze kist te volgen, vanaf een misschien onwaarschijnlijk begin tot een nog onwaarschijnlijker eindbestemming.

  • de Tweede Tempel.

De Tweede Tempel is een begrip dat met hoofdletters geschreven kan worden, omdat het over meer gaat dan alleen een tempelgebouw. Zeventig jaar na de verwoesting van de eerste tempel te Jerusalem werd in 516 BCE de tweede tempel gebouwd, die tot 70 CE het religieuze leven van het jodendom zou domineren. Maar ook voor anderen gold de Tweede Tempel als belangrijk religieus centrum, getuige het bezoek dat Alexander de Grote in 332 BCE aan de tempel bracht.

  • vervolg: de regeringsperiode van de Makkabeeën.

De Makkabeeën grepen in 168 BCE de macht in Judea. Zij leverden de koningen (en een koningin) en de hogepriesters voor de tempel van Jerusalem. Maar niet iedereen was blij met hun regime, dat waarschijnlijk mede tot de ondergang van de Tweede Tempel heeft geleid.

  • vervolg: de Romeinse bemoeienissen in Judea.

Titus, aanvankelijk Romeins bevelhebber en later keizer, wordt beschouwd als degene die de tempel in Jerusalem in vlammen deed opgaan. Daarmee konden de Romeinen als het grote kwaad worden afgeschilderd. Maar als we de historische bronnen bestuderen, komen we tot de conclusie dat de situatie rond 70 CE veel ingewikkelder was.

  • het Hooglied van Salomo.

Wie het Hooglied onbevangen leest, kan het niet anders zien dan een verhaal over twee verliefde mensen. God komt er niet in voor, een opmerkelijk gegeven voor een bijbelboek. Maar de vermelding van koning Salomo in de titel heeft voor rabbi Akiba (40-137 CE) uiteindelijk de doorslag gegeven, dit boek in de canon van de Hebreeuwse bijbel op te nemen. Daarvoor moest het natuurlijk wel een andere, religieuze interpretatie, krijgen. Met de overname van deze tekst door het christendom zijn daar nog een drietal interpretaties bij gekomen.

  • de psalmen.

Het boek der psalmen omvat 150 teksten met een meer of mindere poëtische inslag. Het verwoordt verschillende aspecten van het religieuze en politieke leven van het jodendom van de tijd van David tot de tijd van de Tweede Tempel. We zullen er enkele van belichten en op zoek gaan naar verwante vormen in omliggende culturen.

  • het boek Esther.

Esther wordt voorgesteld als één van de vrouwen van de Perzische koning Xerxes. Zij zou bijna eigenhandig de joden in Perzië van de ondergang hebben gered. De historische gegevens die het verhaal bevat, wekken de indruk dat het allemaal echt gebeurd is. Maar we zullen daar toch kritisch tegenover staan.

  • de feesten.

Over de joodse feesten, de christelijke feesten die daarvan zijn afgeleid en een aantal kalenderperikelen. Waarom komt Chanoekah niet voor in de Hebreeuwse bijbel en wordt het toch door alle joden gevierd? En wanneer vallen pasen en pinksteren eindelijk eens op één dag?

  • de rollen van Qumran.

De spectaculaire vondst van meer dan 700 rollen in de grotten bij de Dode Zee heeft tot nu toe meer vragen dan antwoorden opgeleverd. Waar kwamen de rollen vandaan? Waarom waren ze verstopt? Hebben ze iets te maken met de bewoners van Qumran? In ieder geval getuigen ze van afwijkende joodse tradities. Bijzondere aandacht vraagt de zogeheten koperen rol, waarop schatten uit de tempel van Jerusalem genoemd zouden worden. Het heeft een aantal mensen ertoe aangezet, effectief te gaan graven.

het christendom

  • het evangelie van ene Marcus.

Het evangelie van Marcus wordt beschouwd als de eerste getuigenis van het leven van Jezus. Of ene Marcus de tekst geschreven heeft, is de vraag. Interessanter is de constatering, dat aan de tekst verschillende veranderingen zijn aangebracht, en dat de latere evangeliën aanzienlijk meer te vertellen lijken te hebben dan deze ‘Marcus’.

  • brieven van Paulus.

Volgens de traditie heeft Paulus 12 of 13 brieven geschreven aan de verschillende gemeenten die hij op zijn reizen gesticht had. Inmiddels is het merendeel hiervan tot falsificatie verklaard. Maar hoe zit het dan met de overgebleven 6 of 7 brieven? Is het de christologie van Paulus zelf die hier verkondigd wordt, of is ook hier voorzichtigheid geboden? Als het meezit, zullen we een nieuwe Paulus ontdekken.

  • de Nag-Hammadi bibliotheek.

De vondst van de Nag-Hammadi-bibliotheek wordt wel de tegenhanger van de vondst van de Dode-Zeerollen genoemd. In 1945 werden in de woestijn van Egypte 52 geschriften opgegraven, die duidelijk een ander licht op het vroege christendom werpen dan het gangbare.

  • Maria van onbekende tot moeder van God.

De schrijver van het Marcus-evangelie had weinig tot geen interesse in de moeder van Jezus. Voor onze vertrouwde kerstverhalen moeten we bij Lukas (de herders) en Mattheüs (de drie koningen) zijn. Het belang van Maria bereikte een eerste hoogtepunt in 431 op het concilie van Efese, waar zij tot moeder van God werd uitgeroepen.

  • Mariaverschijningen in de negentiende en twintigste eeuw.  

Mariaverschijningen geschieden zelden zonder politiek of economisch oogmerk. Zou Maria zich daar bewust van zijn, of wordt zij misbruikt voor andere dan religieuze zaken? Wij gaan te rade bij Lourdes en Fatima.